Werkbladvraag
  • 23 May 2022
  • Pdf

Werkbladvraag

  • Pdf

Introductie

Een werkbladvraag is een vraagsoort waar de kandidaat op het scherm een werkblad te zien krijgt. Hier kunnen antwoorden ingevuld worden. Deze antwoorden kunnen door de ontwerper op verschillende manieren worden ingesteld. Zo kan een kandidaat kiezen uit een keuzemenu of moet een eigen antwoord invullen, afhankelijk van de instellingen.

De werkbladvraag is te gebruiken voor onder andere boekhoudvragen en grootboekrekeningen en bijvoorbeeld voor het vervoegen van werkwoorden. In dit document worden uitgelegd hoe een werkbladvraag wordt aangemaakt, samen met een aantal uitgewerkte voorbeelden die als handvat kunnen dienen voor het ontwerpen van nieuwe vragen.


Aanmaken van een werkbladvraag

In deze sectie staat uitleg over hoe een werkbladvraag wordt aangemaakt en hoe de bijbehorende functies werken. Hiervoor zijn een aantal stappen vereist die hier worden toegelicht.

Figuur 1

  1. Het aanmaken van een werkbladvraag kan door op het blok “Vragen” te klikken, direct na het inlogscherm. Vervolgens moet een vragenbank geselecteerd worden waar de te maken vragen in komen te staan. Als de juiste vragenbank nog niet wordt getoond, maak deze dan aan of geef dit door aan de functioneel beheerder.

  2. Na het selecteren van de vragenbank en eventueel de categorie waarin de vraag moet worden opgeslagen staat rechtsboven de knop “Nieuwe vraag toevoegen”. Het scherm wat volgt staat in figuur 1.

  3. Selecteer als vraagtype “Werkblad” zoals in figuur 1 te zien is. Er zijn nog een aantal opties:
    • Er kan een codering worden toegekend. Dit kan bijvoorbeeld gebruikt worden om snel te zoeken naar vragen die dezelfde code hebben of om vragen makkelijk te kunnen herkennen in analyse-overzichten.
    • Is deze vraag geschikt voor papieren afname?
    • Is deze vraag beschikbaar voor (eventuele) oefentoetsen?
    • Is deze vraag beschikbaar voor (eventuele) eindtoetsen?
    • De taal van de vraag kan ingesteld worden op Nederlands of Engels.
    • Er is de optie om een rekenmachine op het scherm bij de vraag te plaatsen. Dit heeft alleen betrekking op de huidige vraag.

  4. Na het aanmaken van een werkbladvraag komt een nieuw scherm naar voren. Links op dit scherm staan de onderdelen uit figuur 2. Deze onderdelen kunnen bewerkt worden door er op te klikken.

Figuur 2

Inhoud tekstblok” geeft de optie om de informatie en vraagstelling in te vullen. Dit komt bij het invullen van de vraag boven het werkblad te staan. Het bevat algemene opmaakopties voor tekst maar ook de optie voor het instellen van tabellen. De kandidaat kan hier geen antwoorden invullen.

Door op het werkblad te klikken zal deze openen in het scherm voor bewerking. Het bevat een aantal standaard functies die nodig zijn voor een werkblad, zoals het aangeven van de soort gegevens in de cellen. Het is mogelijk om randen te arceren, cellen samen te voegen en de inhoud binnen of tussen cellen onderling te verplaatsen. In figuur 3 wordt weergegeven hoe deze functies er uit zien, samen met de standaard opstelling van het werkblad. Een nieuw werkblad heeft een 5x5 cel indeling. Het toevoegen en verwijderen van nieuwe rijen of kolommen kan door met de rechtermuisknop op het werkblad te klikken.

Figuur 3

  1. De functie “Sta kandidaat-invoer toe” geeft een cel een gele kleur zoals in figuur 3. Dit betekent dat een kandidaat hier zelf een antwoord in kan vullen. In het algemeen blijft een gemarkeerde cel leeg, omdat de kandidaat hier een antwoord invoert. Bij cellen zonder kleur kan de kandidaat dit niet. Cellen waarbij geen kandidaat-invoer wordt verwacht kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om gegevens te tonen die de kandidaat nodig heeft om de vraag te beantwoorden.

Klik op een cel en vervolgens op “Sta kandidaat-invoer toe” om de cel te markeren. Klik nogmaals op de knop om een cel te demarkeren.

Figuur 4

  1. De functie “Voeg scorebereik toe” (zie figuur 3) opent onder het werkblad een nieuw scherm met de titel Antwoordmodel, zoals in figuur 4. Hier wordt het correcte antwoord van de overeenkomstige cel aangegeven. In een antwoordmodel kunnen meerdere scorebereiken worden aangemaakt, wat nodig is om op verschillende plekken in het werkblad antwoorden te kunnen controleren. In dit geval is het bereik de cel A1. Dit kan aangepast worden door een andere cel in te vullen in het vak “Bereik”, of door dit scorebereik te verwijderen en een nieuwe aan te maken.

In het vak “Celwaarde” moet het correcte antwoord aangegeven worden. De kandidaat moet uiteindelijk precies dit antwoord invoeren, zodat er punten toegekend kunnen worden. Voeg een extra antwoordmogelijkheid toe voor deze cel door een celwaarde toe te voegen. Als het antwoord bijvoorbeeld X of Y kan zijn, staan er twee aparte celwaarden: één voor X en één voor Y.

Het is mogelijk om op het werkblad meerdere cellen te selecteren en vervolgens op “Voeg scorebereik toe” te klikken. Er wordt zo een antwoordmodel gemaakt wat betrekking heeft op alle geselecteerde cellen. Let op: deze cellen worden niet automatisch gemarkeerd voor kandidaat-invoer!

Figuur 5

  1. In figuur 4 staan nog twee opties: “Zoeken op” (figuur 5) en “Score toepassen als
    (figuur 6).

• De “Zoeken op”-functie geeft aan in welke vlakken de software naar antwoorden moet zoeken.

i. “Overeenkomst met cel” geeft aan dat het antwoord in één specifieke cel staat.

ii. “Overeenkomst met rij” wordt gebruikt wanneer er antwoorden in meerdere horizontale vakken zullen staan.

iii. “Overeenkomst met kolom” wordt gebruikt wanneer er antwoorden in meerdere verticale vakken zullen staan.

Bij het zoeken op “Overeenkomst met rij” of “Overeenkomst met kolom” voor een antwoordmodel heet de optie ‘Celwaarden’ (zie figuur 4) respectievelijk “Rijwaarden” of “Kolomwaarden”.

Figuur 6

• De “Score toepassen als”-functie (figuur 6) geeft aan wanneer een antwoord als juist moet worden gemarkeerd. Deze opties zijn hetzelfde voor een cel, een rij of een kolom.

i. Eén cel/rij/kolom gevonden is: het antwoord wordt als juist gemarkeerd wanneer minstens één van de aangegeven waarden in het bereik in ingevuld.

ii. Alle cellen/rijen/kolommen gevonden zijn: als alle ingevoerde waarden binnen het bereik zijn ingevuld, zal het antwoord als juist gemarkeerd worden.

iii. Score per cel/rij/kolom toepassen: hiermee kan per cel / rij / kolom een individuele waarde aan een antwoord worden gehecht. Deze optie kan gebruikt worden om bepaalde antwoorden verschillende scores toe te kennen. Er verschijnt een extra “Score”-optie naast de antwoordmogelijkheden waar dit ingevuld kan worden. Op de plek waar de score normaal wordt aangegeven (naast het bereik) komt nu “Bonuspunten” te staan. Deze worden toegekend wanneer alle antwoorden correct zijn gemarkeerd. Kijk bij voorbeeld B voor een opzet voor deze score-opzet.


Lijsten aanmaken

Een belangrijke functie voor de werkbladvraag is het aanmaken van lijsten. Een lijst is bedoeld voor het creëren van een speciale celfunctie, waarbij de kandidaat een uitklapbaar keuzemenu te zien krijgt. Uit dit keuzemenu moet een antwoord worden gekozen, wat kan bestaan uit één of meerdere cellen. Dit zal later in voorbeeld C worden toegelicht. In figuur 7 zijn de twee bijbehorende knoppen uitgelicht.

Figuur 7

Knop 1 wordt gebruikt om een cel een opzoeklijst-functie toe te kennen. Dit geeft de geselecteerde cel of cellen automatisch de “Sta kandidaat-invoer toe” eigenschap, omdat deze celeigenschap altijd bestemd is voor een kandidaat. Om te kunnen kiezen uit een lijst, moet deze eerst worden aangemaakt.

Knop 2 is bedoeld voor het aanmaken en beheren van lijsten. In een lijst komen de opties te staan waar een kandidaat later uit zal moeten kiezen. Er kunnen per vraag meerdere lijsten worden gemaakt. Deze kunnen niet gebruikt worden bij andere vragen in dezelfde vragenbank.

Een lijst kan een verschillend aantal cellen bevatten. Het is mogelijk om voor slechts één cel een antwoord in te vullen of een antwoord wat uit meerdere kolommen bestaat. De maximale breedte van een antwoord uit een opzoeklijst is 5 cellen. RemindoToets zal dit ook aangeven met een waarschuwing. Het aantal rijen bij het beheren van een lijst staat niet gelijk aan het aantal rijen op het werkblad, maar aan het aantal verschillende antwoorden wat in de lijst komt te staan.

Figuur 8

In figuur 8 is het scherm te zien wat verschijnt na het selecteren van de “Lijsten”-knop. Elke lijst kan een specifieke naam worden gegeven, wat terug komt bij het aanmaken van een antwoordoptie. Aan elke kolom kan een naam toegewezen worden. Dit krijgt de kandidaat te zien wanneer een antwoord wordt geselecteerd. Er kan worden aangegeven of een kolom tekst bevat, getallen of bedragen. Er kunnen maximaal 5 kolommen in een lijst worden opgenomen.

Een nieuwe kolom toevoegen kan door de knop “Kolom toevoegen” te gebruiken. Deze kolommen worden automatisch gekoppeld aan het antwoord in de eerste kolom. Dit houdt in dat alle kolommen worden ingevuld op het werkblad wanneer de kandidaat een antwoord kiest, zelfs als deze niet worden getoond in de opzoeklijst (zie ook voorbeeld C). Met de functie “Kolom tonen in opzoeklijst” kunnen specifieke kolommen worden verborgen voor de kandidaat. Er moet minstens één kolom zichtbaar zijn, anders geeft RemindoToets een waarschuwing.

In figuur 8 staan als voorbeeld drie antwoordopties ingesteld. Deze krijgt de kandidaat in die volgorde te zien wanneer deze wordt gebruikt bij een vraag. In deze drie vlakken kunnen antwoorden worden ingevuld. Door een rij toe te voegen wordt er een extra antwoordmogelijkheid toegevoegd die dan ook zichtbaar wordt voor de kandidaat.

Wanneer er geen aanpassingen meer nodig zijn, kunnen alle lijsten opgeslagen worden door op “Lijsten bewaren” te klikken.

Figuur 9

Nadat de lijsten zijn opgeslagen, worden deze zichtbaar bij het gebruiken van de opzoeklijst-functie (zie figuur 9). Het scherm wat weergeven wordt in figuur 10 wordt vervolgens geopend. Hier kan gekozen worden uit de aangemaakte lijsten. Daarbij kan ook weergeven worden welke kolom uit de lijst moet worden geselecteerd. Op deze manier bestaat de mogelijkheid om antwoorden uit verschillende kolommen te halen. Daaronder is er de functie om antwoorden die eerder al zijn ingevuld niet meer in de lijst te tonen. Gebruik deze mogelijkheid wanneer een kandidaat een antwoordoptie maar één keer mag gebruiken. Wanneer deze functie niet wordt gebruikt, kan de kandidaat de antwoordopties dus meerdere keren kiezen.

Figuur 10

De functie “Waarde voor gekoppelde cellen” geeft de mogelijkheid om meerdere kolommen te laten verschijnen wanneer de kandidaat een antwoord heeft geselecteerd. Dit kan door in het vak “Cel” een cel op het werkblad te specificeren. Bij “Voeg waarde in van” kan een kolom worden gekozen. De waarde in die kolom verschijnt vervolgens in de geselecteerde cel. Deze waarden zijn bij het aanmaken van de lijst al aan elkaar gekoppeld, het is niet mogelijk om dat hier aan te passen. Kijk bij figuur 8 voor het aanpassen van een lijst, of kijk bij voorbeeld C om te zien hoe een opzoeklijst met meerdere waarden er uit komt te zien.


Drie voorbeelden

Deze voorbeelden zijn bedoeld om inzicht te geven in de vraagmogelijkheden met het gebruik van een werkblad. Er wordt ingegaan op de manier waarop de vraag is opgebouwd en hoe de antwoordmogelijkheden zijn opgezet.

Voorbeeld A: Balans opmaken

Figuur A1

Figuur A2In figuur A1 is een werkbladvraag weergegeven. Dit werkblad bevat acht cellen waar de kandidaat een antwoord in moet vullen. Het is bedoeling dat deze antwoorden uit de tekst worden gehaald die boven het werkblad staat en op de juiste plek worden geplaatst.

Figuur A3 Op het werkblad zijn verschillende opmaakfuncties gebruikt, zoals dikgedrukte en cursieve woorden. De cellen A1, B1 en C1 zijn samengevoegd met de functie “Cellen samenvoegen”, zie het symbool in figuur A2. Selecteer hiervoor alle drie de cellen door met de linkermuisknop op cel A1 te klikken, ingedrukt te houden en naar C1 toe te slepen. Klik daarna op het symbool om de cellen samen te voegen.

Een aantal randen van cellen zijn dikker gemaakt, om vlakken te creëren op het werkblad. Dit kan handig zijn bij onder andere een balans, omdat de kandidaat zo een beter onderscheid kan maken tussen de onderdelen. Deze functie zit onder de “Randen”-knop (figuur A3).Ook hierbij is het mogelijk om meerdere cellen tegelijk van randen te voorzien door op een cel te klikken, ingedrukt te houden en naar een andere cel te slepen.

Figuur A4

Figuur A4 laat ziet hoe de instellingen voor cel F2 geregeld zijn. Het is de bedoeling dat de kandidaat een bedrag in het vak invult, omdat de “Sta kandidaat-invoer toe”-optie is ingeschakeld. Door op de cel te klikken en deze vervolgens in te stellen op “Behandel gegevens als: € (bedrag)”, is de kandidaat verplicht om een getal in te vullen. Zodra er een letter wordt ingevuld, wordt deze automatisch verwijderd. Daarnaast wordt er automatisch een euroteken (€) voor het getal gezet wanneer er iets is ingevuld, zodat gelijk te zien is dat het om een geldbedrag gaat.
Het antwoordmodel voor deze opdracht heeft voor elk invulvlak een apart scorebereik.

Figuur A5

Deze komen naast elkaar te staan. Figuur A5 bevat de labels voor elk scorebereik in figuur A1. Elk bereik bevat een enkele cel, waarvan de naam identiek is aan de locatie van de cel op het werkblad. Als de instellingen van een scorebereik aangepast moeten worden, klik dan op het betreffende label.

Het antwoordmodel wat bij de cel F2 hoort, is te zien in figuur A6. Er is 1 punt te verdienen met het correcte antwoord. Er wordt gezocht op een overeenkomst met deze specifieke cel, waarbij de score wordt toegepast als het correcte antwoord in deze cel is gevonden. In dit geval is het antwoord €100.000. In de celwaarde wordt automatisch een euroteken geplaatst (€), omdat dit op het werkblad ook zo is ingesteld.

Deze instellingen zijn voor alle scorebereiken in dit voorbeeld zo ingesteld, wel met aangepast bereik en specifieke celwaarden.

Figuur A6


Voorbeeld B: Werkwoorden vervoegen

Figuur B1

In figuur B1 is een werkbladvraag weergegeven. Dit werkblad bevat drie kolommen van elk zes cellen waar de kandidaat een antwoord in moet vullen. Het is bedoeling dat de kandidaat de vervoegde vormen van de drie werkwoorden in de cellen invult. Kijk bij voorbeeld A om te zien hoe cellen worden samengevoegd en hoe randen vetgedrukt worden gemaakt.
Het antwoordmodel (figuur B2) voor deze vraag is zo opgezet dat er een bonuspunt wordt toegekend als alle antwoorden goed zijn. Dit betekent dat er zeven punten verdiend worden bij zes goede antwoorden, maar dat er vijf punten verdiend worden bij vijf goede antwoorden, enzovoorts.

Figuur B2

Het bereik is gelijk aan de twaalf cellen in A2:B7, maar alleen de cellen in kolom B kunnen ingevuld worden. Deze reden hiervoor is dat wanneer alleen kolom B in het antwoordmodel zou staan, “Ik lopen” ook goedgekeurd zal worden. Zoals het antwoordmodel nu is ingesteld, kijkt RemindoToets ook naar kolom A. Deze kolom is op het werkblad al ingevuld door de ontwerper van de vraag en het is voor de kandidaat niet mogelijk om dit aan te passen, te zien aan de kleur van de cel. Met deze opzet wordt er gezocht naar de specifieke combinaties uit het antwoordmodel, zodat alleen deze als correct worden gemarkeerd. Let op: de gegeven antwoorden zijn hoofdlettergevoelig! Dit geldt voor zowel kolom A als B, wees er daarom zeker van dat het werkblad en het antwoordmodel overeenkomen.

Het is ook een optie om voor elke cel een apart scorebereik te maken zoals in voorbeeld A, echter zouden er 18 verschillende bereiken ontstaan wat het overzicht belemmert. Tevens kunnen er op die manier geen bonuspunten worden toegekend. Als het antwoordmodel ‘loop’ en ‘LOOP’ allebei goed moet keuren, maak dan meerdere antwoordmogelijkheden aan. Bedenk goed op welke manier een antwoordmodel het best passend wordt ingericht voor een werkbladvraag.


Voorbeeld C: Lijst-antwoorden instellen

Figuur C1

Figuur C2

In figuur C1 is een werkbladvraag weergegeven. Dit werkblad bevat twee kolommen van elk tien cellen waar de kandidaat een antwoord kan selecteren. Daarnaast zijn er twee losse cellen, B12 en D12, waar een antwoord moet worden ingevuld. Het is bedoeling dat de kandidaat alle beschikbare opties in de lijst invult in de juiste kolom. Zie figuur 7 in deze handleiding om een cel een ‘Opzoeklijst’-functie te geven. Er zijn in kolom A en C tien invulopties om aan de kandidaat niet weg te geven hoeveel waarden elke kolom uiteindelijk moet bevatten. Daarnaast moet de kandidaat de getallen die zullen verschijnen optellen en naast ‘Totaal’ een getal invoeren.

De lijst die voor deze vraag wordt gebruikt is te zien in figuur C2. Kolom 1 bevat tekst die zal worden getoond als optie aan de kandidaat. Kolom 2 bevat bedragen die gekoppeld zijn aan de optie in kolom 1. Deze bedragen worden niet getoond als de kandidaat een antwoord selecteert, omdat deze optie niet aan staat. In de kolommen staan de tien antwoorden met de bedragen ernaast. De gele asterisken in kolom 1 geven aan dat die waarden zijn gebruikt in een antwoordmodel.

Figuur C3abc

In figuur C3a zijn de instellingen voor cel A2 weergegeven. De lijst die is gekozen betreft die in figuur C2, genaamd ‘Test’. Wanneer een kandidaat deze cel zou selecteren, komt er een opzoeklijst op het scherm. Dit is te zien in figuur C3b, en zoals eerder aangegeven zijn de gekoppelde bedragen hier niet zichtbaar.

In figuur C3a is aangegeven dat in cel B2 de gekoppelde waarde uit kolom 2 moet worden geplaatst. Zoals in figuur C2 te zien is, was de gekoppelde waarde aan de optie ‘Vervoer’ €10,00. Deze verschijnt dan ook in cel B2, weergegeven in figuur C3c. Dit kan getest worden door de vraag op te slaan en daarmee terug te gaan naar het overzicht van de vragenbank. Let er hier op dat in cel B2 t/m B11 de “Behandel gegevens als:”-functie ingesteld is op ‘Bedrag’ (zoals in figuur A3 al was uitgelicht). Het is niet nodig om voor B2 t/m B11 “Sta kandidaat-invoer toe” aan te zetten.

Figuur C4

Het antwoordmodel (figuur C4) controleert in dit geval of de aangegeven zes rijwaarden zich in de cellen A2 t/m A11 bevinden. Hiervoor hoeven de antwoorden niet op deze specifieke volgorde te staan, zolang elk antwoord maar voorkomt. De andere vier opties uit de lijst zijn in eenzelfde antwoordmodel ingevoerd, echter moeten deze in de cellen C2 t/m C11 gezet worden (zie figuur C1). Hiervoor is een apart scorebereik gemaakt.